Veelgestelde vragen

1. Wat is CE-markering ?

2. Op welke producten is Reach en CLP van toepassing ?

3. Wat betekent detachering van werknemers ?

4. Wat is een norm of standaard ?

5. Zijn normen verplicht ?

6. Kan ik rechtstreeks Europees subsidies of financiering krijgen

7. Hoe werkt BTW bij het zakendoen in de EUI ?

8. Verkopen via internet is dat hetzelfde als gewone verkoop ?

9. Wat kan ik doen tegen buitenlandse klanten die weigert mijn facturen niet betalen ?

10. Hoe kan ik mijn product beschermen tegen namaak als ik het verkoop in andere lidstaten ?

1. Wat is CE-markering ?

CE-markering vind je op tal van producten en het is een onontbeerlijk gegeven om een diverse waaier aan producten te mogen verkopen in België en andere landen binnen de Europese Economische Ruimte (EER).  Maar wat is het nu precies ?

CE-markering is een veiligheidscertificaat dat van toepassing is op een hele reeks producten uit onze  samenleving gaande van microgolfovens tot teddyberen. Het geeft aan dat het product voldoet aan de relevante Europese wetgeving inzake veiligheid, gezondheid en milieu. Hierbij wordt er geen uitspraak gedaan over de kwaliteit van het product maar het is wel een bewijs voor de klant (consument of onderneming) dat het product veilig is. 

Over de jaren heen is het aantal producten dat een CE-markering moet krijgen fors toegenomen. Momenteel zijn er 25 categorieën producten die met dit label gemarkeerd moeten worden  Een volledig overzicht vindt u op deze website.

Indien een product niet onder deze categorieën valt moet je kijken naar andere (nationale) wetgeving of. Zo is er in Belgie het wetboek Economisch recht afdeling IX van toepassing (algemene veiligheid van producten en diensten) en in andere landen van de EER is er gelijkaardige wetgeving. Overigens wordt CE-markering ook gebruikt in andere landen buiten de EER vb. Turkije.

Om het certificaat te behalen zijn er twee procedures:

  1. Zelfcertificatie: dit is de grootste groep producten. Hierbij kan de producent/ importeur zelf een technisch dossier opstellen en alle testen uitvoeren die beschreven staan in de Europese regelgeving.
  2. Goedkeuring door een notified body (aangemelde instantie). Voor de risicovolle producten (vb. speelgoed, medische hulpmiddelen) moet er een extern inspectiebedrijf langskomen om het product goed te keuren voor commercieel gebruik  

Per categorie er een controle-instantie in België die toezicht houdt op de naleving van de wetgeving nakomt. Voor België ziijn dit hoofdzakelijk de FOD economie, het fAGG en de FOD Volksgezondheid

Tot slot is het belangrijk om te weten dat CE-markering enkel nodig is voor producten die effectief verkocht worden, dus het geldt niet voor prototypes of ontwerpen van hobbyisten.

2. Op welke producten is Reach en CLP van toepassing ?

Registration, evaluation and autorisation of chemicals of kortweg REACH is de Europese wetgeving m.b.t. chemische stoffen. Ze heeft tot doel om mensen en het milieu te beschermen tegen potentiële gevaren van chemische stoffen. 

De verantwoordelijkheid ligt voor een groot stuk bij de producenten zelf die een dossier moeten opmaken per stof en dit overmaken aan het Europees Agentschap ECHA dat de REACH wetgeving coördineert en controleert. Meer informatie vindt u op hun website.

Hieraan gelinkt is de CLP-verordening die bepaalt wat er op de etiketten moet staan van chemische producten (vb. verf, schoonmaakmiddelen, etc.-). Dit is gebaseerd op de GHS wetgeving die geregeld is binnen de Wereldhandelsorganisatie (WTO). Bijgevolg kan u deze producten dan ook exporteren naar alle landen die dit verdrag ondertekend hebben en is dit niet enkel beperkt tot de Europese Unie.

3. Wat betekent detachering van werknemers ?

De Europese Unie is gebouwd op het principe van de vier economische vrijheden (kapitaal, goederen, diensten, personen). Hoewel deze vrijheden al bestaan sinds 1957 hebben ze de laatste jaren tot meer discussie geleid omdat de migratiestromen duidelijker geworden zijn. Er wordt hierbij vaak verwezen naar werknemers uit andere lidstaten die andere arbeidsvoorwaarden zouden werken in het kader van het systeem van detachering.

Dit systeem is er gekomen omdat in een aantal sectoren veel projecten van korte duur zijn (vb. bouwsector). Bijgevolg zou het een grote administratieve last zijn indien een onderneming uit een andere lidstaten alles zou moeten doen volgens de lokale nationale wetgeving en het zou ook nadelig kunnen zijn voor de werknemer (vb. verlies werkloosheidsuitkering bij terugkeer).

Daarom heeft de Europese Commissie een algemeen wetgevend kader gemaakt dat het evenwicht tracht te bereiken  tussen meer concurrentie en anderzijds  voldoende sociale bescherming van de werknemer. In het kort werkt detachering als volgt:

  • De werkgever  moet de arbeids- en loonsvoorwaarden (verlof, salaris, etc.) naleven van het land waarnaar hij de werknemer detacheert. Wanneer de arbeidsvoorwaarden in het land van oorsprong echter gunstiger zijn, mag de werkgever deze toepassen. 
  • Voor de sociale zekerheid daarentegen blijft hij wel onderworpen aan het land van oorsprong.  

Meer informatie vindt u op www.limosa.be (voor buitenlandse bedrijven) of de site van de FOD WASO.

4. Wat is een norm of standaard ?

Een norm is een afspraak dat een product moet voldoen aan bepaalde criteria. Zo heeft elk A4 papier dezelfde afmeting en voldoen GSM’s aan bepaalde technische criteria om met elkaar te kunnen bellen. In totaal zijn er 40.000 normen die toegepast kunnen worden in België.

Er zijn  drie soorten normen met elk een verschillend geografisch toepassingsgebied:

  • de nationale normen: in Belgie worden die opgemaakt door het NBN (algemene) of het BEC (elektrische toestellen). De nationale normen worden stelselmatig afgebouwd en vertegenwoordigen nu nog minder dan een 1% van het totaal aantal normen. NBN en BEC zijn momenteel vooral bezig met het herwerken van de Europese normen in de nationale wetgeving en de promotie ervan naar de bedrijven
  • de Europese normen:  dit is veruit de grootste groep en worden opgemaakt binnen drie organisaties: CEN (algemeen), CENELEC (elektrische toestellen en ETSI (internet en communicatietechnologie). Je herkent ze aan de letters EN die bij de norm vermeld worden (vb. EN 1090)
  • de Internationale normen: deze herken je aan het voorvoegsel ISO (vb. ISO 9001). Momenteel zijn er 163 landen die lid zijn van ISO dus een product dat beantwoordt aan deze norm kan wereldwijd verkocht worden.  Het ISO heeft ook een zusterorganisatie voor elektrische producten, het IEC.

Normen worden opgesteld door de industrie en zijn een instrument om export tussen landen te vergemakkelijken. Indien de industrie (via federaties of lobbygroepen) vragende partij is voor een nieuwe norm zal het relevante normalisatie-orgaan (vb. CEN of ISO)  een technisch comité oprichten met experts uit de industrie om deze norm te ontwikkelen. Eventueel kan ze dit verzoek ook richten aan een reeds bestaand technisch comité.

De procedure om een norm op te stellen is gebaseerd op consensus en is bijgevolg omslachtig. Het kan  dan ook drie jaar duren voor de bewuste norm volledig afgewerkt is.

5. Zijn normen verplicht ?

(enkel in kader CE-markering en aanverwante verplichting)

Normen zijn enkel verplicht als ze hun grondslag in andere wetgeving. In de regelgeving betreffende CE-markering vinden we veel normen terug. Wanneer een product of productieproces dus voldoet aan die normen uit die bewust wetgeving dan mag de CE-markering toegepast worden.

Normen zijn overigens niet gratis maar hebben een kleine prijs. De meeste kosten onder de 100 euro en kunnen aangekocht worden bij het NBN. Zij hebben ook een online bibliotheek die u kan raadplegen mits u geregistreerd bent.

6. Kan ik rechtstreeks Europees subsidies of financiering krijgen

(vb. enkel boven de 25 miljoen euro + site EIB)

De Europese Unie investeert meer geld dan ooit voorheen in de Europese economie en in het bijzonder voor de kmo’s.  Deze steun is echter zelden rechtstreeks en verloopt via diverse intermediaire organisatie. Sinds enkele decennia is staatssteun gebonden aan strikte regels en zijn rechtstreekse subsidies zonder tegenprestatie vrijwel onmogelijk.

Dit zijn grosso modo de verschillende financieringsformules

  • rechtstreekse lening: dit is enkel voor grote projecten boven de 25 miljoen euro en moet aangevraagd worden bij de EIB in Luxemburg
  • waarborglening: bij dit krediet geeft de EIB via de 4 grote banken: Dit is voor leningen onder de 25 miljoen euro waarbij de EIB een deel van het risico op zich neemt wanneer kmo’s te weinig waarborgen (gebouwen, vast kapitaal, etc.) hebben om een lening te krijgen bij de bank.  De aanvraag verloopt via KBC, ING, PNB Paribas of Belfius.
  • durfkapitaal via investeringsfondsen: indien u een jong beloftevol bedrijf hebt met een high return on investment, dan kan u de interesse opwekken van de publieke en/of private investeringsfondsen. De EIB steunt een aantal geselecteerde fondsen met extra kapitaal
  • microkredieten: dit is bedoeld voor mensen die een kleinschalige zelfstandige activiteit (horeca, artisanale winkel, design)  willen opstarten maar die geen kapitaal of waarborgen hebben. In Vlaanderen is Microstart vzw de partner die ondersteund wordt door de EIB
  • subsidies: deze worden meestal gegeven om projecten te financieren maar ze zijn niet vaak gericht op kmo’s. Voor het ontwikkelen van  innovatie of  investeringen in duurzaam ransport zijn er de meeste mogelijkheden.

7. Hoe werkt BTW bij het zakendoen in de EUI

Belasting op de toegevoegde waarde of BTW is vooral een nationale aangelegenheid waardoor het een complexe aangelegenheid is wanneer u zakendoet met bedrijven uit andere landen.  Er zijn een aantal richtlijnen die al voor vereenvoudiging hebben gezorgd. Het basisprincipe is dat de BTW altijd betaald wordt op het moment dat het overgaat op de consument of eindgebruiker omdat deze geen toegevoegde waarde meer kan creëren. Dit zijn de verschillende situaties

  • Verkoop van onderneming aan consument in andere lidstaat: de consument betaalt de BTW in het land van de onderneming
  • Verkoop van onderneming 1 aan onderneming 2 in andere lidstaat: Er wordt geen BTW aangerekend door onderneming 1 en onderneming 2 verrekent de BTW in zijn aangifte bij de fiscus.

8. Verkopen via internet is dat hetzelfde als gewone verkoop ?

Het aantal webshops groeit exponentieel maar veel ondernemers vergeten dat dit niet hetzelfde is als verkopen in een winkel.   De wetgeving is totaal anders, zeker als je verkoopt aan buitenlandse klanten. 

Verkopen via internet valt namelijk onder het wettelijk stelsel van ‘verkoop op afstand’.  Deze wetgeving is nog in volle evolutie en de regels zijn niet altijd even duidelijk.  Het merendeel van de webshops voldoet dan ook niet alle wettelijke criteria (gegevensbescherming, consumentenwetgeving, facturatie, BTW,etc).  Om de kwaliteit van de webshops te verbeteren heeft De FOD economie een website opgemaakt die een aantal voorbeelden geeft van hoe het wel moet

9. Wat kan ik doen tegen buitenlandse klanten die weigert mijn facturen niet betalen ?

Er zijn drie methodes die een onderneming kan gebruiken indien een buitenlandse klant (onderneming) zijn facturen niet betaalt

  • Incassobureau: dit is de snelste en vaak de meest efficiënte methode. Nadeel is wel dat de kostprijs hoger kan  liggen zeker indien u geen vast contract heeft met het incassobureau. Daarnaast is deze optie minder aangewezen indien u er op voorhand zeker van bent dat de klant niet zal betalen en er een rechtszaak zal van komen
  • EPGV + EBB: De Europese procedure voor geringe vorderingen (EPGV) en het Europees Betalingsbevel (EBB) zijn minder bekend en verlopen minder snel maar ze zijn wel goedkoper.  U moet een standaardformulier invullen op de site van e-justice (EPGV) en  EBB
  • Advocaat: wanneer het gaat over een grote som en u op voorhand weet dat het een langlopende rechtszaak zal worden, dan neemt u best een gespecialiseerde advocaat onder de arm.

10. Hoe kan ik mijn product beschermen tegen namaak als ik het verkoop in andere lidstaten ?

Intellectuele eigendom (IE) is de verzamelnaam voor rechten op “intellectuele creaties”, waarbij auteursrecht, merken, modellen en octrooien de meest bekende zijn. Die intellectuele eigendomsrechten zorgen ervoor dat je je product, je naam,… kan beschermen tegen namaak in het buitenland. Intellectuele eigendomsrechten zijn beperkt in tijd en plaats, ze bieden enkel bescherming in die landen waar ze geregistreerd of toegekend zijn. Er zijn echter wel een aantal systemen om onmiddellijk bescherming voor de ganse Europese Unie aan te vragen, zoals het Uniemerk of het Gemeenschapsmodel. Met het Europese octrooi kan u via één indieningsprocedure octrooibescherming aanvragen voor (momenteel) 38 landen die zijn aangesloten bij de Europese Octrooi-organisatie (verschillend van de lidstaten van de Europese Unie). Bij toekenning valt ‘het Europees octrooi’ als het ware uiteen in ‘een bundel van nationale octrooien’ in de gekozen landen. In de toekomst zal ook bescherming via het Unitair octrooi mogelijk worden. Via het unitair octrooi wil men komen tot een systeem waarbij ondernemingen met één octrooi bescherming krijgen in alle deelnemende staten van de Europese Unie. Meer informatie kan u vinden op www.iprhelpdesk.eu