Staatssteun: Commissie keurt regionale steunkaart 2022-2027 voor België goed

  • 8 augustus 2022

De Europese Commissie heeft op grond van de EU-staatssteunregels groen licht gegeven voor de Belgische kaart voor het verlenen van regionale steun van 1 januari 2022 tot en met 31 december 2027 in het kader van de herziene richtsnoeren voor regionale steun.

Met de herziene richtsnoeren voor regionale steun, die op 19 april 2021 door de Commissie zijn goedgekeurd en sinds 1 januari 2022 van kracht zijn, kunnen lidstaten de minst begunstigde Europese regio's helpen om hun achterstand in te halen en verschillen in economisch welzijn, inkomen en werkloosheid (cohesiedoelstellingen die centraal staan in de EU) te verkleinen. De richtsnoeren bieden de lidstaten ook meer mogelijkheden om regio's te ondersteunen die te maken hebben met transitie- of structurele uitdagingen, zoals ontvolking, zodat zij ten volle kunnen bijdragen tot de groene en de digitale transitie.

Tegelijkertijd blijven de herziene richtsnoeren voor regionale steun nog steeds sterke waarborgen houden om te voorkomen dat lidstaten overheidsgeld gebruiken om banen te verplaatsen van de ene EU-lidstaat naar de andere. Deze verplaatsing moet worden tegengegaan om een eerlijke concurrentie op de interne markt te kunnen garanderen.

De Belgische regionale kaart geeft aan welke Belgische regio's in aanmerking komen voor regionale investeringssteun. Op de kaart zijn ook de maximale steunintensiteiten voor deze regio's vastgesteld. De steunintensiteit is het maximale bedrag aan staatssteun dat per begunstigde kan worden toegekend, uitgedrukt als percentage van de in aanmerking komende investeringskosten.

Op grond van de herziene richtsnoeren voor regionale steun komen regio's die 25,83 % van de Belgische bevolking vertegenwoordigen, in aanmerking voor regionale investeringssteun:

  • De provincie Luxemburg (BE) behoort tot de meest achtergestelde regio's in de EU, met een bbp per hoofd van de bevolking van minder dan 75 % van het EU-gemiddelde. Deze regio komt in aanmerking voor steun op grond van artikel 107, lid 3, punt a), VWEU (zogenaamd “a”-gebied), met een maximale steunintensiteit voor grote ondernemingen van 30 %.
  • Om verschillen in regionale ontwikkeling aan te pakken, heeft België delen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de provincie Limburg (BE), de provincie Oost-Vlaanderen, de provincie West-Vlaanderen, de provincie Waals-Brabant, de provincie Henegouwen, de provincie Luik en de provincie Namen aangewezen als zogenaamde niet vooraf vastliggende steungebieden onder c). In deze gebieden liggen de maximale steunintensiteiten voor grote ondernemingen tussen 10 % en 15 %, afhankelijk van het bbp per inwoner en de werkloosheidsgraad.

In alle bovengenoemde gebieden kunnen de maximale steunintensiteiten voor initiële investeringen met in aanmerking komende kosten tot 50 miljoen euro voor middelgrote ondernemingen met 10 procentpunt en voor kleine ondernemingen met 20 procent worden verhoogd.

Lees hier het volledige persbericht.

Bron: IP/22/4558